In deze rubriek zullen bepaalde (oudere) gebeurtenissen of thema’s door Gera worden belicht.

Andere artikelen van Gera zijn te vinden op www.lorberlezingen.nl

 

OUDERE ACTUALITEITEN:

01/01/05 In de krant staat geschreven dat een vette hap goed voor de patiënt is.

27/01/05 Bewaren van voedsel

17/02/05 Tranen Mariabeeld "Bovennatuurlijk"

18/02/05 Herschrijven van de Tien Geboden

25/02/05 Roep om invoeren van doodstraf

14/03/05 De krant brengt ons weer allerlei plannen

25/04/05 Is de oplossing voor de dreigende overbevolking het verplichte één kind-gezin?

 

NIEUWSTE ACTUALITEIT BELICHT

 

Reactie op film: 4n 2010-06-01_English Astronomie2.pps ( 5 mb.) ‘ Splendor of Space ’, foto’s van de Hubble, space shuttle door Gera Hoogendoorn-Verhoef, november 2010

 

Overeenkomst bouw heelal met het menselijk lichaam – De Kracht die alles doet veranderen…

Het is interessant om eens op en geestelijke manier te kijken naar wat de foto’s te laten zien.

Er is veel te vertellen, maar laat dit een begin zijn om inzicht in grote dingen te ontwikkelen.

Hopelijk neem je de moeite om de onderstaande (lange) tekst eens rustig na te lezen en mogelijk te herlezen.

Het kan een enorm inzicht geven in hoe de geweldige schepping in elkaar zit en hoe en waaruit het leven bestaat..

Geef de tekst maar door aan hen die er mogelijk aan toe zijn om dat te willen lezen en te kunnen bevatten, al is het met vallen en opstaan.

Het is een groot cadeau om inzicht te mogen hebben in grote en kleine dingen, hoe deze zich verhouden tot elkaar en uiteindelijk uitwerken tot iets onvoorstelbaars groots.

Als je kijkt naar de afbeeldingen van enkele nebula in het filmpje, herken je heel goed o.a. de celdeling, de mitochondriën ( energiecentrales in een cel), inkrimping, uitdijen, aantrekken en afstoten van licht ( liefde) en donker ( niet-liefde), of te wel het samengaan van dat wat past, of het verwijderen van dat wat niet past.

Alle bewustzijn heeft een eigen wil, al is deze wil in lager bewustzijn te vertalen als een ‘ vanzelfsprekend ‘ aantrekken, afstoten van respectievelijk het gelijke of het andere.

Het is de mate van liefde en niet- liefde in een deeltje bewustzijn uit God.

Je kunt zo’n deeltje bewustzijn uit God een goede geest (+) of een niet goede geest ( - ) noemen.

Deze geesten vormen polariteit wat allerlei vormen mogelijk maakt. De geest van eigenliefde trekt alles naar zich toe en doet b.v. water bevriezen. Water wordt zodoende hard. Het houdt alles vast en kan zelfs verwonden ( een ijssplinter is zo scherp als een mes). De geest van liefde doet het water verdampen. Liefde wil graag loslaten en andere dingen verbinden. De uiterlijke vorm (waterplas) wordt zodoende kleiner. De geest, het bewustzijn uit het water komt vrij en kan een andere verbinding in deze hoedanigheid aangaan met iets anders. Een voorbeeld: Veel waterdamp doet een plant schimmelen, of zuurstof uit de waterdamp doet ijzer roesten. Door deze verbinding lost de aangedane stof, het voorwerp stukje bij beetje op, waardoor ook deze stof vrijer wordt. De zuurstof, of het vocht dient dus het voorwerp ( b.v. hout, ijzer, plant ) om de vorm te helpen loslaten, opdat het bewustzijn erin ( de ziel, de intelligentie ) een hogere verbinding kan aangaan met weer andere vormen, lichamen, stoffen.

De polariteit is een afspiegeling van leven en dood. Van zichtbaar zijn en onzichtbaar zijn, van geest en materie, enz.

Het leven beweegt zich tussen de uiterlijke vormen ( lichamen) en de geesten ( onzichtbaar bewustzijn ). De uitersten ( liefde en liefdeloosheid ) doen dus de uiterlijke vormen veranderen.

Het bewustzijn in die uiterlijke vorm leert zodoende hoe het is om vrij, onvrij, zwaar, licht, hard of zacht, enz. te zijn.

Het is Gods orde ( anders gezegd Gods toorn ), dat deze polariteit moet bestaan in het aardse leven.

We leren erdoor wat het is om in polariteit te leven. We leren wat het is om ‘gevangen ‘ ( in een lichaam ) te zitten en streven daarom naar een zo vrij mogelijk bestaan, wat dus een meer en meer geestelijke bestaan zal worden. Daarom lost ook naarmate de mens toeneemt in ouderdom - wat betekent ( als het goed is) dat de mensenziel toegenomen is aan wijsheid ( niet qua hersencapaciteit, maar naar levens-, zielswijsheid ) - zijn lichaam geleidelijk aan op, waardoor de uiterlijke vorm dus kan worden losgelaten en de innerlijke kracht ( zielsbewustzijn ) vrij komt in een andere polariteit.

Omdat iets dat geestelijk is NOOIT kan ophouden te bestaan, leeft dit bewustzijn eeuwig verder en groeit oneindig door. Materie hindert immers niet meer. De ziel is niet meer gevangen. Ze is los van de materie, weet alles en kan alles overzien in God. Ze is niet meer beperkt door de polariteit. Ze is er aan ontstegen. Dat is het doel van een mens….

Waar veel onrijpe zoekende deeltjes van de zelfde soort en hoedanigheid zijn, noem je deze deeltjes natuurgeesten. B.v.: wind, elektriciteit, regen, maar ook krachten zoals: krimpen, uitzetten, slijten, samenklonteren, vervliegen, condenseren, bevriezen, verdampen, enz.

Vele natuurgeesten met een zelfde taak vormen de elementen waaruit de scheikundige reeks uit opgebouwd is.

Waar er veel natuurgeesten bij elkaar gekomen zijn, ontstaat er een natuurziel. De natuurgeesten dienen elkaar waardoor zij een eenheid vormen die tot iets bepaalds in staat is en een gerichter doel heeft, namelijk om meer van het andere op te nemen.

Waar er meerdere natuurzielen bij elkaar komen zijn er al verschillende hoedanigheden van verschillende soorten bewustzijn verenigd, waardoor op een meer zelfstandige wijze een bestaan in de materie gevormd kan worden. Deze natuurziel trekt zich voor haar bestaan in de materie allerlei overeenkomstige grovere deeltjes bewustzijn aan. Deze laatste deeltjes vormen dan het materiële lichaam van die natuurziel. Deze ziel kan dan in de materie zichtbaar zijn als een mineraal als een algje, een mos, een plantje, een bacterie, enz.

We spreken van ziel, waar het een samenbundeling van lagere meer univorme zielen betreft en er al een zekere eigenheid, zelfstandigheid, uniek zijn is ontwikkeld.

Hoe meer zielen er vrijkomen bij het sterven of oplossen van het lichaam van zo’n wezen, hoe meer verbindingen deze zielen ook weer aangaan met weer andere zielen.

Een hele verzameling zielen bij elkaar in een bepaalde combinatie vormt dan een hoger wezen, een eenvoudig dier.

Als dieren van bepaalde soort sterven, zoeken de zielen van deze dieren andere dieren of natuurzielen op. Ze gaan complexe verbindingen aan. De nieuw ontstane hoger ontwikkelde dierenziel heeft door die bundeling van weer meerdere en ook nieuwe zielen nog weer meer mogelijkheden.

Deze ziel heeft om deze grote mogelijkheden ( meer intelligentie) te kunnen gebruiken natuurlijk een meer complex lichaam nodig, om op aarde haar lessen in liefde te leren. Ze schept zich dat lichaam uit stoffen en zielssubstantie van de ouders. Het zijn stoffen die de ouders ‘over ‘ hebben, niet gebruiken, niet meer nodig hebben. Ook stoffen afkomstig uit voeding van de ouders ( met name de moeder ) horen hier bij. Ook geestelijke stoffen uit de omgevingssfeer van de ouders en ‘stoffen ‘ of te wel bewustzijnsdeeltjes die overgeërfd zijn soms zelfs generatie op generatie worden door de nieuw te komen ziel gebruikt om er haar lichaam door te vormen.

Waar belangrijke stoffen niet voorradig zijn ontstaat verzwakking van het lichaam of zelfs een gebrek. Uiteindelijk kan een plant, of een dier uitsterven als een bepaalde eigenschap niet meer nodig is om te leren of een bepaalde stof, bepaald bewustzijn niet ( meer) voorradig is, bepaalde materiële stoffen er niet meer zijn, enz. Ook kan het zo zijn, dat door de tijden heen bepaald sterrenlicht een bepaalde streek op aarde niet meer bereikt. Als een plant, dier dat specifieke licht nodig had om er door, of mee te leven, zal de plant of dat dierenlichaam ‘niet meer gevormd kunnen worden’, of niet meer in stand gehouden kunnen worden, als dat licht de aarde niet meer bereikt.

Uitsterven is ook mogelijk door wanbeheer of ingrijpen van de mens.

Waar hogere dieren sterven, komt hun ziel vrij. Uiteindelijk komt dus bij het sterven van ieder levend wezen bewustzijn vrij. Hoger bewustzijn van de ziel en lager bewustzijn van het lichaam komen dus vrij.

Uit de hogere bewustzijnsdelen vormt zich t.z.t. weer een hogere, complexere ziel. Uiteindelijk is er dan de mensenziel, die ALLES in zich heeft. Voor ieder mens zijn de verhoudingen van al die bewustzijnsdeeltjes weer anders verdeeld. Deze unieke mensenziel heeft dan de Godsvonk in zich. Immers, de mensenziel heeft ALLES uit God in zich. Hem ontbreekt dus dan niets! Hij heeft alle intelligentie.

We hebben het hier over levensintelligentie en niet over hersenverstand. Dat hersenverstand hoeft immers niets te maken te hebben met levensintelligentie. Hersenen zijn op zich dode ‘dingen’. Ze kunnen alleen leven DOOR de levensintelligentie! Ze kunnen zelf niet denken. Ze zijn stoffelijk, materieel, dus beperkt en soms heel eenzijdig. Het leven begint dan ook NIET in de hersenen zoals velen ons willen doen geloven. Hersenen moeten worden gevormd door een goede opvoeding in wat werkelijke liefde is. De hersenen kunnen zodoende pas het lichaam de juiste opdrachten tot denken en handelen aan het lichaam geven. Het hart moet goed gevormd zijn om de hersenen het juiste te laten denken en doen.

Het feit dat de mens de Godsvonk in zich heeft, onderscheidt hem van het hoogst mogelijk ontwikkelde dier. Ieder dier leeft volgens bepaalde wetmatigheid, wat hem doet leven volgens bepaalde drang passend bij zijn aard en wezen. Deze beperkte kennis die ‘alleen maar ‘ benodigd is voor het leven dat hoort bij dat dier, noem je INSTINCT. Een mens heeft méér dan instinct. Een mens heeft een innerlijk WETEN wat nodig is om zijn levensdoel te verwezenlijken, namelijk vrij worden van de materie.

De mens is VOLLEDIG VRIJ in het ZELF KIEZEN hoe of hij zijn leven wil inrichten, al menen velen dat zij onvrij zijn vanwege bepaalde toestanden, opvoeding, pech, lot, karma of wat ook!

De mens heeft juist vanwege alle aanwezige kennis in hem en de Godsvonk als GEWETEN in hem de mogelijkheid goed of niet goed te leven. Anders gezegd: een dier heeft gewoon lief, of hij verscheurt gewoon zijn prooi, omdat hij niet anders kan. Hij moet zichzelf in stand houden of zijn jongen. Hij kan niet anders doen dan de overlevingsdrang ( instinct) in hem.

In een lager dier is de overlevingsdrang puur op zichzelf gericht. In een hoger dier al meer op de jongen. In een nog hoger dier ook op andere wezens. De hoogste dieren zijn tam te maken en willen ieder naar aard en karakter de mens dienen. De mens als hoogste wezen kan en hoort alles te dienen ( = heersen uit wijsheid en liefde). Door de vrije wil die ieder mens heeft, kan het echter gebeuren dat een mens ene engel of ene duivel wordt… Alle lijden en pech, komen voort uit het verkeerd gebruiken van de werkelijke liefde en de eigen vrije wil.

Een mens kan talloze keuzes maken. Het is de bedoeling dat een mens deze keuzen vanuit God, dus vanuit onbaatzuchtige, dus dienende liefde maakt.

Waar de mens dat doet, zal er welvaart zijn. Hij zal zijn talenten kunnen benutten en dat wat daarvoor nodig is aantrekken uit de onuitputtelijke voorraad uit God die tot zijn beschikking staat. Wat er nog niet is, komt vanzelf, waar het vaste vertrouwen op Gods voorzienigheid aanwezig is!

Een mens moet vanuit zijn geweten ( uit God) richting geven aan wat zijn lagere lichaam in egoïsme wil. Anders gezegd: de geest moet heersen over de materie. De liefde moet de baas zijn van de niet-liefde. Nog weer anders gezegd: het lichaam moet luisteren naar de ziel. De ziel moet luisteren naar de geest ( van God, de geest der waarheid) in hem, wil hij voorspoed kennen, of gemakkelijker met

zijn problemen om kunnen gaan.

Het lichaam is gebouwd uit egoïstisch bewustzijn van deeltjes die niet wilden dienen en samenwerken, maar van God af wilden. Ze wilden een eigen orde NAAST God, terwijl dit dus niet mogelijk is ( val van Lucifer).

Door deel uit te maken van een lichaam leren de deeltjes te dienen. Door soms miljoenen jaren in een bepaalde orde te leven ( b.v. deel uitmaken van een lichtdeeltje in een ring om een planeet, een deeltje basalt in een rotsblok, een deeltje vuur in het binnenste van de aarde, enz. enz. ) louteren ze zich zodoende, worden milder, leren meer lief te hebben en stijgen zodoende op naar een hoger ontwikkelingsniveau. Bij de dood komt dit bewustzijn vrij en wordt het opgenomen bij een ziel die eens een lichaam aan zal nemen.

Zo evolueert alle bewustzijn via dienen en gediend worden tot meer en meer mogelijkheden, complexiteit, meer liefde opnemen en geven.

Uiteindelijk komt alle bewustzijn vrij te leven in een geestelijke wereld waar alles mogelijk is of wordt.

Uit de lagere bewustzijnsdeeltjes die het lichaam vormden, komt na vertering allerlei bewustzijn vrij, dat zich weer een weg zoekt in de aarde, opgenomen wordt door planten, dieren, de atmosfeer.

Zodoende komt dat bewustzijn ook weer terecht in andere levensvormen en dient het ander leven ( b.v. in een regendruppel komt een bepaald stukje licht naar de aarde. Het zakt in de grond, wordt opgedronken door een slakje. Het slakje wordt opgegeten door een vogel. De vogel wordt opgegeten door een poes, enz….).

Zo klimt al het bewustzijn uit God op naar steeds volmaakter, rijker bestaan met meer en meer mogelijkheden. Al die talloze levensvormen alleen al op onze aarde zijn ervoor om de mens te dienen in zijn proces naar God toe.

Iedere mensenziel is uiteindelijk afkomstig uit deeltjes geest ( bewustzijn) uit God die het ooit dachten om het zonder de liefde te kunnen stellen. Door de weg van egoïsme ( van God af bewegen) naar het donker en ervaren wat het is om in het donker te leven ( hel ), zocht het bewustzijn door harde lessen via talloze levensvormen met de daarbij behorende lessen en ervaringen, de weg naar het licht.

Dat licht wordt meer en meer bereikbaar, waar de ziel het licht persé zoekt en er zijn best voor doet.

De ziel neemt meer en meer licht op en gaat meer en meer ervaren dat het gaat om…….. liefhebbend dienen, waardoor het eigen wezen juist pas kan worden ervaren! De ziel verrijkt zich dus door het opnemen van licht door het doen van goede daden. Ze gaat steeds meer lijken op God. Dat is het doel van God voor ieder mens.

De bijbel bedoelt dit proces van wording van het incarneren van een ziel in een lichaam het proces van het ‘ op weg zijn om kind te worden van God, het eens eindigen van erfzonde‘.

Het stoppen van de erfzonde is niets anders dan het stoppen van afgezonderd zijn van God, de Heelheid waarbinnen alles vrij en mogelijk is.

De bijbel verhaalt eigenlijk ‘alleen maar ‘ de ontwikkeling van de mensenziel van en naar God.

De verhalen vertellen hoe de geschiedenis is gegaan, hoe het leven is ontstaan, hoe het heelal is ontstaan, enz. We kunnen eruit leren dat polariteit ophoudt waar we liefde toevoegen, oorlog, onvrede en allerlei ontbering ophouden te bestaan. We kennen dan een voorproefje van ‘hemel op aarde’. Waar dit niet het geval is, leren wat het is om ‘te leven in de hel’.

In al wat leeft is de neiging tot liefhebben ( dienen, naar God toe groeien, licht, vrij worden en gezondheid kennen ), maar ook de neiging tot niet-liefhebben ( egoïsme, van God af bewegen, donker, onvrij worden en ongezond ).

Verzwakkingen in lichamen wordt toegelaten, waar dit de betrokken zielen kan helpen om een andere leefstijl, visie te ontwikkelen die nodig is om meer te gaan gelijken op God, wat het doel is van ieder mens.

Al naar gelang dit deeltje bij God wil horen wil het licht ( = bewustzijn uit God van een bepaalde kleur) opnemen en zoekt het het licht. Deze deeltjes bij elkaar noem je leven. Zij zijn tot alles in staat en willen ook zelfs niet-liefde deeltjes opnemen, omdat ze door hun licht de donkere ( egoïstische) deeltjes kunnen voeden, waardoor deze toenemen aan licht en automatisch de lichtdeeltjes gelegenheid bieden om vorm te geven zoals de drang van de liefde in hen wil.

Zodoende wordt lichter steeds lichter en het donker minder donker…. Een begin van het eind van allerlei vormen van lijden.

Dat is de basis van het evangelie: voeg samen, wordt sterk door de ander te helpen. Wie goed doet, goed ontmoet… Ik ben Iicht. In Mij is alles mogelijk en is oneindige groei….

Licht is een uitstraling van wat God is. Licht is niet God zelf. Al dat licht dat van God is verwijderd is donker, meer materieel geworden en onvrij in allerlei soorten en maten. De hele materie bestaat dus eigenlijk uit allerlei soorten donker geworden licht.

Alle lichtsoorten bij elkaar ( de 7 kleuren van de regenboog) vormen het totaal van Gods witte licht.

Wij kunnen alleen het materiële licht, dus onzuivere licht zien en ervaren.

Het zichtbare, meetbare licht is dus de ‘buitenkant’ een lichamelijke, een stoffelijke vorm van Gods zuivere licht in allerlei soorten en mate.

Het ego van een ziel is een verzameling van onzuivere kleuren. Ze vormen de zichtbare natuur en alles wat een mens maar kan maken en laten verkeerde gedachten en daden feit zijn.

Als de ziel ontdaan is van het ego, is het licht dus opgeschoond en zullen er betere gedachten en daden het gevolg zijn. Lijden stopt met zuiverder maken van bewustzijn.

God wil het lijden niet. Er zal lijden zijn zolang leven zich niet wil richten naar de liefde….

God laat ieder mens vrij. Hij kan niet anders. Immers God is liefde. Daarbij past geen enkele vorm van dwang. Zelfs God kan niets anders doen, dan ‘alleen maar’ toelaten wat de mens zelf wil ( in zijn egoïsme, hoogmoed, onwetendheid, onwil ) om het goede mogelijk te maken.

De mens is schepper van zijn eigen lot.

Deze uitleg was belangrijk om een begin te maken met het helpen inzien dat er overeenkomst is tussen geest en materie en de hoedanigheid ervan.

We gaan verder:

Het gehele oneindige universum, de totale schepping is opgebouwd uit een oneindig aantal cellen.

Al deze cellen vormen tezamen het ( zichtbare) lichaam van God.

Alle materie, de stoffelijke schepping vormt het lichaam van God. Zoals dit lichaam niet kan leven zonder levenbrengende factor, kan de materie niet bestaan zonder God.

Zoals een menselijk lichaam niet kan leven zonder Godsvonk, kan de schepping niet bestaan zonder stuwende kracht, de liefde.

De ziel in die materie is Gods bewustzijn. Dit bewustzijn geeft de vorm, doet veranderen, doet groeien, doet sterven. Anders gezegd: Gods liefde houdt alles in Zijn hand. Daarom bestaat het dus, dat een maan blijft cirkelen rond zijn planeet. Het is Gods liefde die dat wil, omdat het bewustzijn door dat dienen later een trede hoger kan komen in de ontwikkeling. Waar dat bewustzijn dat niet zou willen, buigt en barst er iets, waardoor er ergens iets gebeurt wat niet had gehoeven, maar ook weer wordt gebruikt om er iets goeds mee te doen.

Het is Gods geest, die de blauwdruk vormt voor al wat is.

Gods geest zetelt is het hart van de schepping.

Het is Gods ontoegankelijke centrum.

Dat licht zal geen mens ooit kunnen zien. Het is als de oceaan. Een mens kan in de oceaan zijn, op een hoog punt staan en zelfs vanuit een raket de oceaan bekijken, maar hij zal nooit de gehele oceaan kunnen zien en begrijpen. De mens is in God, maar nooit meer dan God…

God is de Bron waarin alles is en waar alle perfectie, alle kennis, alle liefde, alle wijsheid is die uitvloeit naar iedere cel. Gods geest vloeit uit naar ieder bouwsteen ( stukje bewustzijn, stukje kennis, stukje liefde van bepaald niveau). Al naar gelang dit stukje bewustzijn Gods geest wil opnemen groeit het en ervaart het vrijheid. Het deeltje gaat verbindingen aan met wat haar past ( cohesie). Ze vormt een geestelijke bestaan, als haar liefde groot is en er dus veel licht is. Deze staat van zijn vertegenwoordigt ‘het zijn in de hemel’.

Waar dat deeltje Gods geest niet wil opnemen wordt het deeltje donker, onwetend, omdat het licht uit God immers niet wordt opgenomen en zelfs wordt vermeden of bevochten.

Dat deeltje krijgt dus steeds minder vrijheid, minder kennis, minder wijsheid, minder liefde. Het deeltje stoot af ( adhesie). Het deeltje is begrensd en tot weinig en steeds minder in staat. Deze staat van zijn vertegenwoordigt ‘het zijn in de hel’. Dat bedoelt God als Hij zegt: ‘wie Mij niet kennen wil, zal in de hel terecht komen ‘. Anders gezegd: Wie geen licht , liefde wil opnemen, zal automatisch ( het kan niet anders) donkerte ( lijden) dus hel ervaren….

Het universum precies zo opgebouwd als een cel.

Eén cel is een universum in het zeer klein.

Een kleinste deeltje van een cel is ook weer een universum in het klein.

Uiteindelijk is er geen grens meer tussen materie en geest, waar het materiële deeltje zo klein geworden is dat het niet meer verder op te delen is. We bereiken dan het rijk van de geest…..

Dit geestelijke rijk is overal en doordrenkt alle materie. Eens, waar alle stof ( materie, lichamelijkheid) ophoudt, worden wij die gehele geestelijke wereld gewaar. We zijn er deel van en worden er steeds meer deel van…..

Wil een deeltje niet bij God horen, dan verwijdert het zich vanzelfsprekend van het licht, dus van God. Deze deeltjes bij elkaar kun je satan ( of de kracht van het kwaad) noemen. De kracht die afstoot, inkrimpt, denkt dat materie alles is en de innerlijke ontwikkeling door liefde te gebruiken niet zoekt.

Zo’n deeltje satan is OOK uit God! Dat wordt nogal eens vergeten. Dat deeltje wil vooralsnog echter zijn eigen weg gaan. Het is echter misleid, omdat het DENKT zonder het licht ( alle licht bij elkaar is God) te kunnen.

Het wil dus puur op zichzelf, op eigen kracht bestaan.

Het is echter een illusie te denken dat dat mogelijk is. Immers God, het zuivere licht dat alles in zich heeft kan geen deeltje missen. Het zou immers dan niet compleet zijn en niet dat wat God is, kunnen vormgeven.

God is oneindig liefde. Daarom GEBRUIKT God het kwaad, het donker om er het licht mee te dienen. Ook het kwade gaat dus niet verloren! God vormt als het ware het kwade om, door het te laten dienen - wat dikwijls lijden en onvrij zijn betekent - tot het licht dat het eens was. Zodoende komt ook dit kwaad thuis bij God ( het verhaal van de verloren zoon).

Ook geen mens gaat verloren. Al is ene mens nog zo halsstarrig en wil het niet tot liefde doen overgaan, eens komt de tijd dat de mens dat wel doet…. God doet alles om dat mogelijk te maken. Het is de moeite waard. Immers, de mens zou anders eeuwig blijven lijden.

God is de enige Bron. Dat kan niet anders zijn, omdat licht NOOIT een grens heeft. Laat staan zuiver licht! Als iets geen grens is, heeft het ook geen einde. Dat betekent dat dat zuivere licht dat God is, OVERAL is en de ENIGE is.

Omdat dat licht dat God is het enige is en dus overal, kan het niet anders zijn, dan dat dat licht ALLES in zich heeft, dus ook alle WIJSHEID, KENNIS, KRACHT, LEVEN, enz. Dat licht DOORDRENKT ( = bezielt) het leven. Daarom leeft dus ook niets zonder God…

Alle deeltjes uit God hebben bewustzijn uit God. God heeft de vorm van een geestelijke mega-, mega mens. Oneindig groot, perfect, oneindig uitdijend.

Als we vanaf afstand deze Godmens zouden kunnen bekijken zouden we dus de gehele schepping zien, en wel in de vorm van een perfect mens!

Iedere ster zou dan overeenkomen met een cel van lichaam van een perfect mens.

Zo’n ster heeft dan alles in zich, heeft alle bewustzijn in zich, omdat alle kleuren, soorten licht van allerlei hoedanigheid in haar verenigd zijn. Bij de ene ster is er meer van het rode licht, bij een ander is er weer meer geel licht, of een mengsel van een aantal bepaalde kleuren. ( zie de film).

Zo is het ook met iedere lichaamscel. Iedere cel heeft immers ALLES in zich wat zij nodig heeft om zelfstandig te bestaan. Wel is het natuurlijk zo dat er kleine en grotere verschillen zijn in typen cellen, omdat zij andere functies hebben, omdat zij deel uitmaken van bepaalde organen. Daarom is het ook zo dat in het oneindige heelal niet ieder ster gelijk is aan de ander!

De wetenschap heeft veel ontdekt, Hubble heeft prachtige foto’s gemaakt, maar veel, veel is nog niet gezien en niet bekend! Mogelijk ‘ziet ’ men met de toekomst de overeenkomst tussen b.v. een melkweg, een heelal (orgaan) in wording en een cel in wording.

Deze cel ( b.v. planeet, heelal, menselijk lichaam) kan leven, maar niet op zichzelf, alhoewel het zo lijkt, omdat allerlei voorhanden is om zelf te kunnen leven, omdat alle stoffen er misschien wel zijn.

Veel mensen vergeten het geestelijke aspect van het leven.

Veel wetenschappers ook.

De cel is afhankelijk van een hoger orgaan dat afstoot en aantrekt: het hart.

In een lichaam is het het hart dat moet kloppen om het lichaam te doen leven.

Er moet iets in het hart zijn dat dat leven mogelijk maakt. Dat is de geest die in het hart via het bloed naar alle cellen en zenuwbanen wordt geleid. Het bloed neemt de geest van God die zich graag wil verbinden mee. Anders gezegd: Zuurstof is de drager van Gods geest. Deze geest doet leven en voedt alle cellen. Zonder deze Geest van God is er geen leven mogelijk.

Zoals het hart van een lichaam de cel stuurt en voedt, maar ook ontgift ( allemaal afstoten en aantrekken, dus groei en sterven) kan ook geen hemellichaam zonder scheppingshart.

Dat scheppingshart is God. Het is de geestelijke kracht die alles doordrenkt en bezielt.

In iedere cel is de blauwdruk van de Godsvonk zoals deze in die cel kan en moet zijn, aanwezig.

De ene cel dient de ander. Ze werken samen, zoals een planeet zijn zon en manen nodig heeft.

Een heelal wordt gevormd door tal van planeten, manen, zonnen. Talloze heelallen vormen een orgaan.

Vele organen vormen een lichaamsdeel. In ieder orgaan is er een continue geboren worden en sterven. Vele lichaamsdelen vormen een compleet lichaam van een mens.

Alle heelallen tezamen vormen Gods materiële lichaam. Het draagt tot in de kleinste vezels Gods bewustzijn in zich… Waar er ook maar één cel niet mee wil, ontstaat er kanker: wildgroei, dat een geheel organisme door het nastreven van een eigen ( liefdeloze) orde kan uitroeien.

Maar……… gods liefde weerhoudt dat en verlost vóórdat ook de ziel in dat organisme bakzijl zou halen, deze ziel door het lichaam soms na grote loutering( lijden) te laten sterven. Dat met als doel: behoudt van de unieke ziel! Het is Gods liefde, dat een mens eens sterven kan, opdat zijn ziel vrij wordt….

Zo ook in het heelal…. Sterren komen en gaan eindeloos.

In Lorberwerk wordt dit alles heel duidelijk en goed uitgelegd. De moeite waard voor de wetenschap om hier kennis van te nemen.

Het licht bestaat uit 7 hoofdkleuren ( rood-oranje-geel-groen-blauw-paars-violet).

Normaal zie je licht als ‘wit ’ licht Dat witte ontstaat door de 7 kleuren die in juiste proporties aanwezig zijn. Waar andere kleuren missen of juist dominant aanwezig zijn, kun je bepaalde kleuren zien.

Gods centrum bestaat uit 7 eigenschappen en wel in zuiverste vorm.

Daarom is God niet te zien. Wij kunnen immers met aardse, lichamelijke ogen nooit het zuivere geestelijker, witte licht dat God is, zien.

We kunnen wel heel zuiver lijkend licht maken en zien, maar het blijft materieel en aards, dus zeer onzuiver.

Pas als we met gééstelijke ogen ( dus met de ogen van ons hart, met de ogen van zuivere liefde, met de ogen van God ) kunnen ‘zien’ ( gewaarworden, in-zien ) zouden we – als dit de bedoeling is - GEESTELIJK licht kunnen zien. We kunnen dan dus ‘ dingen ‘ zien en weten uit God, omdat wij er aan toe zijn om die geestelijke dingen ( het geestelijk licht, het bewustzijn in iets, in een mens, in een situatie) te herkennen en ze goed te benutten tot wederzijds DIENEN.

Immers, door dienen voeg je bewustzijn toe op de juiste tijd, plaats met de bedoeling toenemen van licht, dus van mogelijkheden, dus een stukje dichter bij het zuivere licht dat God is.

Daarom zegt de bijbel ook, dat we niet moeten nalaten om ons te oefenen in dienen. We gaan dan immers meer en meer lijken op God en zullen in staat zijn om bergen te verzetten.

We beleven dan steeds meer vrede, welvaart omdat we immers steeds meer licht opnemen en kunnen gebruiken, wat ons voldoening ( vrede) geeft.

We gebruiken dan ons eigen licht ( 7 eigenschappen van God in ons aanwezig) in het kader van liefhebben, echt zijn, de waarheid zoeken en gebruiken. We nemen dus door de wet van ‘het gelijke trekt elkaar aan’ steeds meer licht op, waardoor de verhoudingen tussen de 7 lichtsoorten in ons, steeds evenwichtiger worden.

Dat gebeurt natuurlijk naar aard en karakter en ook doel dat ieder mens weer op een unieke wijze heeft en ook moet hebben! Hoe zou je elkaar kunnen helpen ( dienen ), als je allemaal het zelfde had en wilde hebben?

Ieder mens is dus anders. Waar de een veel heeft van het ene, kan de ander er door geholpen worden…. Waar de ander weinig heeft van het ene, kan de ander het geven. Alles is geven en nemen.

Egoïsme is niet willen geven, maar alleen willen nemen. Zo is der dan ook geen loslaten en verwelkomen in liefde, maar alleen in EIGENLIEFDE. Immers dat egoïstische wil alleen maar opnemen om ER ZELF BETER VAN TE WORDEN.

Waar er liefde is, wil je geven om het andere te dienen. Alleen op deze wijze kun je dus licht opnemen! Het egoïstische bewustzijn neemt wel op, maar maakt het licht dat wordt opgenomen alleen maar ‘op’ omdat het dat licht zélf hoognodig heeft om bij zich te houden wat het heeft! Dit is de werking tussen wel of niet ( positief of negatief ) geladen deeltjes ( elektronen, ionen, neutronen, enz.). Er moet constant een uitwisseling zijn tussen deeltjes bewustzijn, om te kunnen leven en dus groeien…

Het kwaad, satan, dat wat niet-liefde is, dient alleen zichzelf om er zelf beter van te worden.

Het kwaad heeft nog niet het bewustzijn of te wel de kennis, te weten dat LEVEN alleen mogelijk is BIJ GRATIE VAN ANDER LICHT, DUS ANDERE DELEN UIT GOD.

Het kwaad, het donkere zal licht moeten willen gaan opnemen. Het moet dus zijn ego opofferen, prijsgeven. Dat is het ego kruisigen. Anders gezegd: wat de niet-liefde wil, moet een mens niet meer willen!

Je kunt ook zeggen: de niet-liefde moet haar egoïstische, hoogmoedige gedachten en wil aan de voet van het kruis leggen. Het moet sterven, opdat de liefde kan gaan leven…..!

Waar materie ophoudt, komt geest in volle glorie tevoorschijn ( zoals het lichaam van Jezus wel stierf, maar Jezus zelf niet, maar opstond uit de dood). Dood is een zijn in niet-liefde, omdat immers alles zonder liefde kapot gaat en niet kan samenvoegen en dus groeien, uitdijen en dus niet kan gaan lijken op God.

Dood zijn of dood gaan is de liefde niet gebruiken, onwetend zijn en niet willen liefhebben en dus niet liefde willen geven en opnemen.

Als een mens alle liefde heeft eigengemaakt en gegeven heeft tijdens het aardse leven wat voor hem mogelijk was, sterft het lichaam, zodat dat geen ballast meer vormt.

De ziel is dan onbegrensd omdat zij niet meer wordt vastgehouden in de materie. De ziel zal dan pas ten volle kunnen inzien ( ervaren) wie, wat, waar zij, maar ook waar God is. Ze zal er vanzelf een keer naar opzoek gaan, omdat het de liefde is, die haar daar zachtjes, maar gestaag toe aanzet. Immers, onvrede, ongeluk, enz. , nodigen de mens uit om het betere te gaan zoeken. Waar een mens 100% geluk zou ervaren zou zij niet ( meer) zoeken en dus stilstaan en dus niet groeien en uiteindelijk dus doodgaan. Immers, veranderen is ervaren, waardoor groei pas mogelijk wordt.

De ziel kan nog steeds groeien, door de grote hoeveelheid licht die zij heeft verzameld tijdens het leven. Deze mensenziel zal na de dood oogsten wat zij gezaaid heeft: Zij zal met al dat verworven licht, al het andere licht waar dan ook kunnen zien en ervaren!

Dat heet ‘leven in gelukzaligheid, wandelen met God, zijn in het Licht, eeuwig leven, het zijn in de hemel, zittende ter rechterhands Gods’, enz. .

Waar een mens de liefde amper heeft eigengemaakt is haar ziel donker. Waar haar kruit verschoten is, zal zij als haar lichaam sterft ook oogsten wat zij heeft gezaaid. Dat is niet veel licht, want dat wilde zij in dit geval niet!!!

Ze zal dan vanzelf in die sfeer terecht komen die haar past. Ze zal dan alleen dat kunnen zien en ervaren wat zij zelf aan licht heeft verworven. De rest bestaat voor haar niet…

Waar dat licht zeer spaarzaam is, omdat zij op aarde niet heeft willen leven als een liefdevol, goed, dienend mens, zal zij dus meer donkerte hebben in haar ziel, dus heel onbewust, onwetend zijn. Daarom zal zij veel ontberen ( mankeren). Zij kent immers heel veel uit God nog niet. Ze zal zelfs God waarschijnlijk niet gezocht hebben en zeker niet gevonden hebben. Niet omdat zij onvoldoende kansen kreeg of slachtoffer was, of omdat God haar dit lot gaf, enz.!

De mens moet dus de hemel in zijn ziel ontwikkelen, door zich te zuiveren van ego en hoogmoed, wat allemaal donkerte is en brengt.

Als ene mens op aarde dacht ‘braaf ‘te hebben geleefd, volgens Gods regels of die van de maatschappij, maar hij had er niet de liefde voor om dit te doen, is zijn liefde eigenliefde. In het leven hierna, zal de winst mager zijn, omdat immers deze ziel ‘nep ‘licht verzameld heeft. Hij staat dan na de lichamelijke dood voor een ‘naakte waarheid’. De waarheid wordt dan pas duidelijk. De ziel lijdt gebrek. Ze zal alsnog moeten willen gaan kiezen om werkelijk voor liefhebben en dienen , te gáán.

Ze zal – als ze dit dus heeft gekozen – geholpen worden door al rijpere overledenen en engelen. Deze ziel zal er dan wel om moeten vragen. Immers, hulp moet je wel willen.

Het is daarom van groot belang dat een ziel op aarde al haar zelfingenomenheid of vaststaande ideeën over bepaalde dingen durft en wil loslaten. Hoe zou ze anders immers het voor haar nieuwe willen aannemen?

Voor ieder mens geldt hetzelfde doel op aarde: liefhebben en groeien daarin zoveel mogelijk om meer en meer te gaan gelijken op de Bron waar zij ooit uitvoortgekomen is.

De overledene moet het dus doen met de mate van licht die zij heeft opgedaan. Dat is niet meer dan eerlijk. Zij krijgt wat zij wilde….

Waar een mens zijn verlangen uitging naar macht, rijkdom, enz., maar hij wilde niet DIENEN, is er ook de liefde uit God niet, dus moet hij het doen met veel te weinig licht ( bewustzijn).

Na de lichamelijke dood is er dus de eigen wereld die meer of minder is uitgebouwd. Dat betekend dat de ene mens zijn geestelijk bestaan geweldig prachtig, volkomen vrij en gelukzalig zal zijn, waarin alles geestelijk voorhanden is en de andere mens zijn geestelijke bestaan zeer beperkt, donker, onvrij en ongelukkig zal zijn. Men oogst wat werd gezaaid….

Waar een mens ‘oneerlijke kansen ‘ op aarde, heeft dat niet veel te maken met de liefde die iemand wil geven.

Al heb je nog zoveel pech en een moeilijk leven waar veel goeds ontbreekt of veel verkeerds aanwezig is, een mens kan en moet ook ZELF KIEZEN om dat weinige of moeilijke te leven in liefde of niet.

Deze keus heeft ieder mens, ongeacht leeftijd, cultuur, ras, geloof, beroep, status, enz.

God kan als enige overzien hoe iemand werkelijk van binnen is, wat hij nodig heeft, hoe weerspannig hij is, wanneer hij er aan toe is om licht op te nemen ja of nee…. De mens ziet alleen maar een moment opname en ziet dit moment in zijn beperkte begrip en gebrekkige liefde dikwijls als onrechtvaardig, te zwaar, enz.

Hoe meer een mens wil leven in liefde en zich dienend opstelt, des te meer hij het gelijke naar zich toe trekt.

Het hele heelal dijt zodoende uit en groeit oneindig, met steeds meer mogelijkheden, die wijzelf dus scheppen!

We scheppen deze mogelijkheden in God, omdat wij zelf allemaal bestaan uit God.

Hoe lager bewustzijn op de ladder van ontwikkeling staat, des te meer onvrij dit bewustzijn is.

Daarom is een mens in feite vrij, maar kan een vos niets anders doen dan zijn hol maken zoals dat bij vossen hoort, kan een slak niets anders doen dan van bepaalde blaadjes knabbelen en niet van andere, kan een mineraal zich niet verplaatsen, kan een maan geen zelfstandig bestaan leiden, voordat hij eraan toe is om een andere fase in te gaan en kan een heelal nooit ophouden te bestaan, voordat het bewustzijn ervan toe is aan andere vormen, en opgenomen kan worden door andere lichamen, voordat de uiterlijke vorm van dat heelal niet is opgelost.

Als alle materie eens ophoudt te bestaan, leeft een immens grote oneindige geestelijke wereld verder. Iedere mensenziel die tot dan geleefd heeft, schept vanuit zijn mate van liefde oneindig verder.

Daarom zien we ook steeds weer nieuwe melkwegen, zwarte gaten, kometen en opbrandende sterren ontstaan en vergaan.

Ieder mens is voorbestemd om NAAST ( beter gezegd IN ) God te scheppen. Zolang de mens niet schept met de liefde van God, schept hij lijden…

Waar de mens het doel te scheppen met een liefde aan God gelijk bereikt heeft, geeft hij dus leiding aan hele stelsels en voedt, bestuurt hij uit Gods naam dat wat hij daar wil scheppen. Dat kan dan ook, omdat deze volmaakte mens immers ALLE liefde en ALLE wijsheid heeft om geen fouten te maken! Dat is het doel van IEDER mens.

Dat kan niet anders, omdat immers geest, het licht eeuwig blijft bestaan. Alle kennis, wijsheid en mogelijkheden zitten in dat geestelijke licht dat God is.

De mensenziel hoeft alleen maar de WIL te ontwikkelen, om toe te nemen aan licht uit God.

Als de ziel dat wil, zal de ziel hier vanuit leven en al die kansen, dingen, mensen, situaties op zijn pad krijgen om ‘er het licht uit te halen ‘en ‘in te stoppen’.

Deze mens vormt dan wat zwak is óm tot sterker en neemt dan vanzelf toe aan licht, waardoor deze mens steeds meer gaat lijken op God.

De bijbel zegt niet voor niets: ‘gij mens, zijt Mijn evenbeeld’, of anders gezegd: ‘je bent Mijn kinderen, wees dan ook als Mij, de Vader…’.

Allerlei deeltjes uit God met ieder weer een andere golflengte, dus een andere kleur licht, andere soort kennis, vormen eens tezamen een eenheid die je algje, mineraal, plant, diertje, ingewikkeld dier, mens kunt noemen. Hoe meer licht die eenheid bevat, des te meer mogelijkheden die eenheid ( levensvorm ) heeft.

De mens is het sluitstuk van deze keten van ontwikkeling ( evolutie). De mens is God in het super klein en zeer onvolmaakt in allerlei gradaties en hoedanigheden. Toch heeft ieder mens alles in zich om gelijk te worden aan God.

Zoals het filmpje heel goed laat zien dat er onbeperkte ruimte is naast mega en giga-giga grote lichamen en lichamen in wording ( planeten, sterren, melkwegen, enz.) is er oneindige ruimte om de weg te gaan die wordt gezocht.

Telkens ontstaan er weer nieuwe lichamen en doven er ook weer oude stelsels die hun zoektocht naar licht hebben beëindigd.

Het andere ( waar we geen zin in hebben, wat we ‘fout ‘vinden, wat we niet kennen, niet willen, wat lastig is, wat we veroordelen) moet gezocht worden.

Waar dat andere op dat moment eraan toe is om gewekt te worden tot lichter worden ( liefde opnemen), zal er groei zijn en dus uitbreiding van mogelijkheden.

Waar dat andere er niet aan toe is om licht op te nemen, kan het ook niet aangetrokken worden door dat wat er al wel aan toe is om het zwakke ( minder licht hebbende) op te nemen. Dat zwakkere wordt dan vanzelf ingelijfd in de orde van dat wat het aantrok.

Er is dan een dienen, waardoor dat wat aanrok sterker wordt en met behulp van dat andere, zwakkere meer kan ontplooien, wat groeien in licht en liefde is.

Waar dat andere nog niet aangetrokken wil, zal het bij gelijksoortig bewustzijn komen, omdat het zich tot dat meer aangetrokken voelt. Zodoende verzwakt dat zwakke zich ( tijdelijk) door dienstbaar te worden aan het sterkere zwakke.

Dat zwakke zal echter niet sterker kunnen worden als het aangetrokkene niet toch iets van licht in zich heeft.

Het is een illusie van het zwakke dat het denkt sterker te worden als het maar het bij hem vergeleken zwakkere aantrekt.

Ja, er is een tijdelijk groter worden, maar omdat het innerlijk bewustzijn niet licht genoeg bevat, zal het uiteindelijk niet kunnen bestaan! Het aanwezige licht – hoe weinig en dus krachteloos dit ook is – is voldoende om zichzelf te laten bestaan. Maar omdat AL het licht toch uit God is, heeft het LIEFDE in zich. Het IS liefde. Deze liefde heeft ALTIJD de neiging om samen te gaan met het andere, al is er verzet. Dikwijls is dat verzet er omdat het bewustzijn DENKT uit ONWETENDHEID en EGOÏSME het andere niet nodig te hebben. Als dan uiteindelijk na mogelijk miljoenen, miljarden jaren, zelfs eonen

( miljoen maal miljoen jaren) dat bewustzijn er aan toe is om ander bewustzijn met meer licht op te nemen, zal het pas aangetrokken kunnen worden door een ‘kluit ‘bewustzijn dat wel wil groeien en weet dat het het andere nodig heeft om voort te bestaan en om de mogelijkheden, de ‘plannen ‘te kunnen uitwerken.

In ieder bewustzijn is immers de drang tot groei en méér licht.

Het gehele reilen en zeilen van de macrokosmos is ook die van de microkosmos.

De stuwende, bezielende, scheppende kracht is die van de liefde.

Immers: alleen liefde wil samenvoegen. Alleen liefde wil en kan groeien en van vorm veranderen, waar dit nodig is voor verdere groei.

Niet-liefde bloedt dood, omdat het alleen wil samenvoegen met dat wat HAAR ZINT. Dat is egoïsme en hoogmoed. Het leidt altijd tot achteruitgang, verzwakking en uiteindelijk sterven van bewustzijn. Sterven van bewustzijn is niets anders dan onwetend zijn van waar liefde toe in staat is.

Ontwetend zijn van MEER. Ongelovig zijn van talloze mogelijkheden die er liggen te wachten op dat wat een mens in Gods naam – dus uit zuivere liefde – wil.

Het is logisch dat niet-liefde leidt tot verval en dus dood, dus niet bewustzijn van wat is.

Het wil immers alleen het gelijke aantrekken en niet het andere.

Het kan dus nooit compleet worden.

Als het niet compleet is, kan het niet alles weten en dus ook niet alles gaan doen. Het blijft dus zeer gebrekkig. Er mankeert veel… Dat is lijden. Ziek zijn. Niet heel, dus half. Zolang er niet de liefde is eigengemaakt zoals die van God is, is er lijden.

God roept de mensheid op om niet te lijden! Hij leert ons via de bijbel, het Lorberwerk dat het gaat om het BELEVEN VAN DE LIEFDE. En wel onbaatzuchtig!

Er komt dan vanzelf een eind aan onnodig lijden.

Het heelal laat zien dat het mogelijk is

Het heelal is ook een afspiegeling van ons eigen proces van eigenwijs zijn – hel ervaren – toch maar weer toenadering zoeken – samenvoegen – ervaren van meer mogelijkheden – klein beetje hemel ervaren – toch ook weer loslaten – weer verwelkomen – verder groeien - steeds meer ontdekken dat er met het andere, meer mogelijk is – totdat er levensvatbaarheid verworven is voor eeuwig, waardoor het aardse lichaam werkelijk definitief losgelaten kan worden om dan verder te leven in de geestelijke wereld waar overvloed is zonder grens, voor wie dit zocht.

Ook hier kan verder gezocht, omdat groei oneindig is, voor wie dit zoekt. Alles beweegt zich richting God. De Bron waar alles uit voortkomt, droogt nooit op, zoals het heelal ook telkens weer vanuit Gods ongeschapen geestelijke centrum verder groeit.

Op de foto van ‘ Ants Nebula’ zie je een celdeling, na een bevruchting zoals deze ook plaatsvindt waar manlijke zaadcellen een vrouwelijke eicel tot leven wekken.

De “ Sombrero galaxy ‘ laat een groep bewustzijn zien die beweegt rond een geweldig sterk lichtende kern. Een planeet in wording? Een geestelijke woonplaats van een mega hoeveelheid geest, die al zoveel licht geeft dat er veeluit God bekend is…

Het universum bestaat niet alleen uit onze zon met haar planeten en hun manen. Er zijn nog talloze heelallen buiten dat van ons….. Het gehele universum zullen we nooit kennen. Alleen in de geest…

op vele werelden is leven. Telkens weer anders, naar aard, bevattingsvermogen, taak en doel.

Allemaal werelden waar andere dingen normaal zijn. Ongekend door ons.

Ooit kunnen we er een kijkje nemen of er zelfs onze taak hebben of onze oude bekenden ontmoeten. Dit alleen als we klaar zijn op aarde, We zijn klaar op aarde als we afgerekend hebben met het egoïsme, met het kwaad, met het donkere, met dat wat niet in God past… We zijn er klaar mee, als we gedaan hebben wat we konden ……… met liefde. Zolang dit niet het geval is, blijft al dat onbereikbare onbereikbaar. Waar we wel de liefde eigengemaakt hebben, wordt dat onbereikbare bereikbaar. We zullen schepper zijn in God….

Op de foto ‘Cats eye Nebula, zien we de protuberansen op onze zon. Bovenaan zie je een explosie, een wegslingeren van mega groep licht ( bewustzijn), de ruimte in. Het zijn nieuwe natuurgeesten die de ether worden in geslingerd om vervolgens een weg in de materie te beginnen. Op de zon zijn ze hun weg gegaan. Het is blijkbaar volgens Gods orde tijd om een nieuwe fase van bewustworden

( ervaring opdoen) in te gaan.

Allerlei kleuren te zien op verschillende foto’s laten zien dat gepaalde eigenschappen van God overal aanwezig zijn.

We zien op de film 2 galaxies met elkaar mengen. Prachtig, als je bedenkt wat voor ene groots hier zich eigenlijk afspeelt! Om stil van te worden als je bedenkt hoel lang zo’n sterrenstelsel al op weg is om zich te vormen. Hoe lang duurt het al, dat bewustzijn de weg uit het donker aan het gaan is, terug naar het licht! Hoe groots als je ziet, dat twee megawerelden elkaar opzoeken om er met de tijd een nieuw stelsel uit te vormen. Hoe groots de gedachte dat een rijp geworden mensenziel de leiding in God kan hebben over zo’n proces en dat dat ook ons voorland kan zijn…..

 

Aan de ‘Hour Glass Nebula, 8000 lichtjaren ver, zien we een exploderende ster. Een ster die er aan toe is om bewustzijn los te laten, waar ze dit uit eigen wil niet wilde….

Wil iets niet buigen, dan moet het maar barsten. Niet om te plagen. Niet als straf, maar als logische maatregel, opdat het bewustzijn toch haar weg vindt naar dat wat haar beter van dienst zal en kan zijn.

Waar we de liefde niet willen toelaten, dwingt de liefde ons zachtjes of soms met harde hand, om toch meer liefde op te nemen of te geven. Dat is de kracht van liefde die stilaan, gestaag overwint en alles thuis brengt….