|
|
|
|
De mens die zijn Bron, de onvoorwaardelijke liefde niet kent, lijdt. Hij is immers afgezonderd, van dat wat hem heel maakt. De ziel is het eigene, het karakter van de mens. In de ziel liggen de leerdoelen. Mogelijkheden tot heel worden. Het vermogen het hoogste, de onvoorwaardelijk lief te leren hebben, te kiezen uit vrije wil. Daar volmaakt in te worden is ieder mens zijn doel. Volmaakt hierin worden is mogelijk door op aarde het oordelen, het ego, de materie los te laten. Dat is alleen mogelijk door de weg van de liefde.
Jezus Christus Zijn leven en leer is voor de mens een voorbeeld, omtrent de weg die de mens dient te gaan, wil deze de onsterfelijkheid in vrijheid en opperst geluk, ervaren in een geestelijk leven. Op aarde kan hier een begin mee gemaakt worden. Geen mens is volmaakt. Hij kan echter zich wel oefenen in het onvoorwaardelijk liefhebben. Naarmate hij dit doet, zal hij ( innerlijke ) vrede ervaren. Werkelijke wijsheid volgt vanzelf uit de vaste wil de weg van de liefde te gaan en deze ook gaan. Werkelijke wijsheid is niet iets van het verstand, dat een lichamelijke, dus betrekkelijke aangelegenheid is. In ieder mens is de volmaakte geest van God als kiem, gelegd. Deze kiem kan alleen ontwikkeld worden door de weg van de onvoorwaardelijke liefde te gaan. Dat betekent opofferen van ego ( dat deel van de ziel dat zich van God, de onvoorwaardelijke liefde, de waarheid af beweegt, en daarmee zich afzondert van de heelheid ( dat is het zondig zijn). Alleen de niet veroordelende liefde maakt heel. De enige kracht die bezielt, die leven geeft en in stand houdt is de liefde zonder grenzen (God). Deze liefde wil immers verbinden, met het andere.
Eigen-liefde (ego) wil zich alleen verbinden met wat dat ego wil ( met wat materie is). Daar is het zelfbehoud belangrijker, dan het delen met de ander. Niet willen delen met de ander, doet beperken, ongelijk verdelen, wat strijd, en ongelijkheid brengt. Dit maakt nooit heel. Materie is niets anders dan bewustzijn, geest met weinig kennis v. waarheid en liefde en heel veel ego. Materie is bewustzijn in allerlei stadia, onderweg ( de natuur, het heelal ). De mens dient materie te benutten als middel om zijn geestelijk doel te bereiken en niet als doel zelf. De mens die materie als doel ziet, is er slaaf van. De mens die de geest ontwikkelt, wordt meer en meer vrij, zal materie durven en kunnen loslaten en is uiteindelijk in staat oneindig te scheppen uit God ( verlichting, kindschap van God). De mens heeft ook een lichaam. Dat lichaam stelt de ziel in staat om ervaringen op te doen, om zodoende af te leggen wat niet goed is( niet liefdevol) en eigen te maken wat wel goed (liefdevol) is. Voor ieder mens kan iets anders goed of fout zijn. Geen enkele weg is dezelfde, goed of fout. De mens die onvoorwaardelijk wil liefhebben, richt zich op zijn geest in zich, die in dikwijls onverklaarbare, maar sterke impulsen (sterke drang, hoger weten, dromen, gevoelens, zelfs stem van God) zal laten weten wat het goede is, om het voor de mens unieke te doen. De mens dient zijn hart te volgen (door de liefde in het hart is er de invloeiing uit God). Het verstand, dat ook bij het lichaam hoort, zal dan gevoed worden met het juiste, waardoor de mens vanzelf zal inzien wat werkelijk goed is. Het lichaam zal dan uitvoeren wat de ziel en de geest in de mens willen.
De drie-eenheid in de mens ( geest, ziel, lichaam of Vader, Zoon, Heilige Geest , of Wijsheid, Liefde, Vaste Wil) maakt het mogelijk dat er leven is en ontstaat. Anders gezegd: De mens dient uit te voeren wat de liefde en de wijsheid in hem willen. Alles wat ontstaat, gebeurt volgens deze heilige (-heelmakende) drie-eenheid. Gezondheid is een staat van ‘zijn in God’. Ziekte, enz. is geen straf, maar een staat van onvoldoende kennis (van liefde, waarheid hebben, of het wel weten, maar niet doén. Afgezonderd zijn van Gods volmaakte orde, het niet uitdrukken van hoe God iemand heeft bedoeld. Niet leven volgens iemands diepste waarheid die van God is). Soms is ziekte, en moeite noodzakelijk in het heelwordingsproces of een ( bewuste of onbewuste keus van een mens, tot voorbeeld, lering van zichzelf of een ander. De mens schept naarmate zijn liefde is. Wat hij gelooft vormt zich. Waar zijn liefde naar uitgaat, zal hem overkomen. Daarom is het van allergrootst belang dat de mens zich bewust wordt, van wie, wat, waar hij is. Wie, wat, waar God is. Wat hij wil of niet wil en van waaruit ( uit ego, of uit God).
Gera wil graag de mens die er aan toe is deze dingen ( beter) te leren begrijpen, en om antwoorden op grote vragen te krijgen, helpen in dit proces. Ieder mens zoekt op een bepaald niveau zijn antwoorden. Gera wil er zijn voor de mens die niet ( meer) genoegen neemt met oplossingen die materieel zijn. Materiële ( lichamelijke) oplossingen zijn er daar, waar er een geestelijke vaste wil, overtuiging en vertrouwen is, dat het goede vanzelf volgt, waar dit volgens Gods orde het beste past. Dit goede kan ook ziekte of ander verdriet zijn. Verbinden met de onvoorwaardelijke liefde brengt inzicht, geduld, barmhartigheid en kracht daaruit, naar mate dat deze zuivere liefde wordt geleefd. En dat dan natuurlijk, voorzover dit volgens de Hoogste Liefde het beste is, in een bepaalde tijd, situatie. Inzicht in samenhang tussen geestelijke en materiële aspecten van het geziene en ongeziene leven, is van groot belang. De werken van Jakob Lorber, Swedenborg, vormen een groot uitgangspunt voor Gera bij het dienen van de mens op zoek naar zichzelf en het Leven.
|
|